Zes vragen over diabetes en COVID-19

Al maanden staan de media er bol van: corona of COVID-19. Ook de link tussen diabetes en dit nieuwe virus is niet onderbelicht. Maar hoe zit het nu precies? Vijf vragen over diabetes en COVID-19 worden in de DiabetesPro besproken door dr. Harold de Valk.

Hebben patiënten met diabetes een verhoogd risico op besmetting en infectie?

Voor een antwoord op deze vraag moeten we weten hoe het virus het lichaam en de lichaamscellen binnenkomt. Besmetting vindt plaats via de neus-, mond- en keelholte waarna het virus in de longen kan terechtkomen. Daar moet het virus nog de epitheelcellen van de longen binnendringen. Dat doet het door zich te binden aan een eiwit in de celmembraan met de naam ACE2. Dit complex flopt de cel binnen en de virusreplicatie kan beginnen. SARS-CoV-2 neemt daarvoor de cel over en COVID-19 kan beginnen. Diabetes speelt bij de entree van het virus in de cel geen rol. De besmettingskans is logischerwijs even groot met of zonder diabetes. Mensen met COPD met schade aan de luchtweganatomie daarentegen lopen wel meer risico op besmetting, omdat de long zich slechter kan verdedigen.

Wat is de klinische presentatie van COVID-19?

De manier waarop de besmetting plaatsvindt, bepaalt voor een deel de klachten en symptomen. Inmiddels zijn koorts en hoesten klassieke symptomen. Maar uit de praktijk weten we dat veel patiënten geen koorts hebben en niet veel hoesten, maar toch COVID-19 hebben. Ook darmklachten met buikpijn en diarree komen voor en soms ook zonder maar één luchtwegklacht. Pijn op de borst, die niet cardiaal blijkt te zijn, is ook een presentatievorm. Eveneens beschreven is de oudere patiënt (>75 jaar) die zich presenteert met een ‘acuut geriatrisch beeld’, met een delier, valpartij, dehydratie, functieverlies in het functioneren en/of syncope (flauwvallen door lage bloeddruk). Bovendien heeft niet iedereen met COVID-19 koorts.

Hoe ontwikkelt COVID-19 zich na de besmetting?

Het overgrote deel van alle patiënten met COVID-19 geneest weer. Een behandeling in de eerste lijn volstaat. Echter een gering aantal mensen ontwikkelt, vaak na een aantal dagen, een ernstige pneumonie die opname op de Intensive Care vereist. Dit kan uitlopen op respiratoir falen met overlijden tot gevolg. Deze ‘virale pneumonie’ ontstaat door een cascade aan veranderingen in verschillende immunologische, cardiovasculaire en hematologische systemen, waarbij ook de bloedstolling betrokken is, evenals systemen van minder bekende stoffen als bradykinine en kallikreine. Er komen een heleboel mediatoren (cytokines) vrij die een ontsteking eerder bevorderen dan tegengaan. Deze situatie heet een ‘hyper-inflammatoir beeld’ of een ‘cytokine-storm’. Door de pulmonale schade storten meerdere systemen in, vooral het hart- en vaatstelsel en de nierfunctie. Komt het zo ver, dan is de prognose slecht. Inmiddels blijkt dat veneuze thromboses in de longen cq longembolie ondanks gebruikelijke profylaxe een belangrijk onderdeel van COVID-19 kan zijn, die bovendien de prognose verslechterd.

Verloopt COVID-19 anders als je diabetes hebt?

Hier is nog geen goed antwoord op te geven. Uit de gegevens die nu bekend zijn, blijkt dat diabetes veel vaker voorkomt bij de groep patiënten die op de IC belandt of overlijdt dan bij de genezen patiënten. Het verschil ligt tussen een factor 4 tot 10. Maar dit betekent niet dat diabetes per definitie de negatieve factor is. Want ‘overlijden met diabetes’ is niet per definitie hetzelfde als ’overlijden door diabetes’ omdat hyperglycemische ontregeling ook kan ontstaan als onderdeel van de ontstekingsreactie bij COVID-19. Daar staat tegenover dat diabetes wel geassocieerd is met immunologische verstoringen en het kan heel goed dat de ontregeling van de immunologische, cardiovasculaire en hematologische systemen sneller ontstaat en ernstiger is bij COVID-patiënten met diabetes. Toch is oudere leeftijd de allerbelangrijkste factor voor overlijden, naast de klinische parameters en ontstekingswaarden in het bloed.

De sterfte aan en impact van COVID-19 is duidelijk hoger dan van de seizoensgriep.

Wat zijn de adviezen voor mensen met diabetes in deze coronatijd?

Ten eerste: voorkomen is beter dan genezen. Het blijft belangrijk de huidige ‘stay at home’ en het 1.5 meter-afstand-houden te benadrukken. Wanneer iemand COVID-19 ontwikkelt, dan is het de vraag of behandelen van de hyperglycemie de prognose verbetert. Niemand die het weet, maar gezond verstand dicteert dat een ernstige hyperglycemie niet goed is. We zouden kunnen streven naar glucosewaarden tussen de 6 en 12 mmol/l, vergelijkbaar met de streefwaarden in een postoperatieve periode of bij behandeling van een bacteriële infectie. Er zijn patiënten bekend die zich presenteren met een diabetische ketoacidose als eerste teken van type 1 diabetes die ook SARS-CoV-2 positief waren.

Tot slot …

Het klinisch beeld van COVID-19 zal de komende maanden steeds duidelijker worden. Evident is dat het beeld heel variabel zal zijn. Patiënten met diabetes hebben in principe niet meer kans om COVID-19 te krijgen, maar het risico op een ernstiger beloop lijkt reëel. Voor de genezing lijkt onderbreking van een hyper-inflammatoire beeld het belangrijkste wapen. Optimaal regelen van de diabetes binnen klinisch-relevante grenzen is te adviseren maar het effect op overleven lijkt beperkt. Daarom zijn de preventieve strategieën echt cruciaal.

DiabetesPro

Dit artikel verscheen deze maand in de DiabetesPro, al jaren hét vaktijdschrift voor diabetesverpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en praktijkondersteuners. Het blad informeert en inspireert lezers met artikelen over de laatste (wetenschappelijke) ontwikkelingen, casuïstiek en reviews van collega’s.

DiabetesPro is een belangrijke kennisbron én een naslagwerk voor veel diabetesprofessionals. Op de V&VN Diabeteszorgacademie kunnen leden van V&VN Diabeteszorg eerdere uitgaven online raadplegen. Bent u nog geen lid van V&VN Diabeteszorg? Ga naar Mijn V&VN.

Plaats een reactie