Verhogen schommelende glucosewaarden de angst voor hypo’s?

Wat is de relatie tussen schommelingen in de glucosewaarden en angst voor hypo’s? Een groep van negen samenwerkende Franse ziekenhuizen heeft geprobeerd deze vraag te beantwoorden aan de hand van een real life studie met 298 diabetespatiënten.

Studieopzet

In de periode 2013-2015 werden bij 570 personen met type 1 diabetes enquêtes uitgezet en twee weken lang op gestandaardiseerde wijze gegevens verzameld over bloedglucosecurves. De patiënten maakten minstens drie 7-puntscurven, hielden een diabetesdagboek bij en vulden een HFS (Hypoglycaemie Fear Score)-II vragenlijst in.
De gemiddelde leeftijd was 49 jaar, gemiddelde diabetesduur 25 jaar en het gemiddelde HbA1c was 7,5% (58 mmol/mol). Een kleine meerderheid gebruikte een insulinepomp (CSII, 58%) en 38% werd behandeld met een basaal-bolus schema (MDI). Slechts 4% kreeg minder dan drie injecties per dag. 12% had in de voorafgaande zes maanden een ernstige hypoglykemie gehad. Uiteindelijk stuurden 298 personen de enquête in. Zij verschilden niet van de non-responders.

Hypoglycaemia Fear Score

De HFS-II bestaat uit 33 vragen: 18 over zorgen rondom hypo’s (HFS-Worry) en 15 over gedragingen om hypo’s te voorkomen (HFS-Behaviour). Op elke vraag kunnen vijf punten worden gescoord, met maximaal 90 voor de HFS-Worry en 75 voor de HFS-Behaviour.

De totale groep had een HFS-Worry van gemiddeld 37 punten en een HFS-Behaviour van gemiddeld 30 punten. De scores verschilden niet tussen CSII-gebruikers en MDI-behandelde patiënten. Er was ook geen verschil tussen mannen en vrouwen.

Glucoseschommelingen

Glucoseschommelingen werden vastgesteld aan de hand van de variatiecoëfficiënt (CV: standaard deviatie glucose dagcurve gedeeld door gemiddelde glucose) en de MAGE (mean amplitude of glucose excursion). Dit is het gemiddelde verschil van een meting ten opzichte van de vorige. CV was in de gehele groep 40% en MAGE was 118 mg/dl (= 6,6 mmol/l).

Resultaten

Er bleek een heel zwakke correlatie te zijn tussen MAGE en HFS-Worry (r=0,15). Er was geen enkele correlatie tussen CV en HFS-II, HFS-Worry of HFS-Behaviour. Wel bleek de HFS-Worry score hoger in de groep die in de zes maanden voorafgaand aan de studie een ernstige hypo had gehad: 42 versus 36. Er was geen verschil in HFS-Behaviour.

Aantal hypoglykemieën

In de twee weken van de studie meldden 88% van de deelnemers één of meer hypoglykemie episoden (gemiddeld 4, IQR 3-8). In totaal traden negen ernstige hypo’s op. Daarentegen meldden de internisten gemiddeld drie hypo-episoden (IQR 1-5) in het dossier.

Deze studie bevestigt wat eerdere, onder andere Nederlandse, studies lieten zien:

  1. In internistendossiers is er een onderrapportage van hypoglykemieën.
  2. Ernstige hypoglykemieën in het (recente) verleden leiden tot meer zorgen om hypo’s (Worry), maar niet tot veranderd gedrag (Behaviour)
  3. Het is bij goed gereguleerde type 1 diabetespatiënten een zeldzaamheid als er in de afgelopen halve maand geen hypoglykemie-episode is geweest.

Discussie

In de discussie geven de auteurs aan dat RT-CGM nog meer data kan opleveren. Anderzijds is de recent gepubliceerde DCCT-EDIC analyse van glykemische variabiliteit ook met 7- of 8-punts curven gedaan en verandert de techniek niet de CV of MAGE. Ondanks de technische vooruitgang met RT-CGM is hypo-angst een item dat niet alleen met hulpmiddelen opgelost kan worden. Het bieden van psychologische begeleiding van mensen met hypo-angst blijft dan ook belangrijk.

Referentie

PJ Saulnier et al. Vardia Studie in J Diabetes Complications 2019; 33:554-560

 

 

Plaats een reactie