ADA 2020: Silver studie toont aanhoudende voordelen met CGM-gebruik voor MDI-gebruikers

Bekend is dat het toevoegen van continue glucose monitoring (CGM) aan continue subcutane insuline infusie (CSII) zorgt voor een betere glykemische regulatie en kwaliteit van leven. Voor het combineren van multipele dagelijkse injecties (MDI) en CGM is er, zeker op de (middel)lange termijn, minder bewijskracht. Doel van de Silver studie was om deze kennislacune op te vullen.

De Silver studie is opgezet als een 1-jaars extensie van de ‘Gold’ studie. De ‘Gold’ studie was een 16-maanden durende RCT waarin verbetering van het HbA1c met CGM (Dexcom G4 of G5) versus vingerprik metingen is aangetoond bij mensen die met MDI worden behandeld. In de Silver studie zijn 107 mensen (78% van de originele ‘Gold’ studie populatie) met type 1 diabetes geïncludeerd.

Primaire eindpunt van de Silver studie was het verschil in HbA1c tussen het einde van de vingerprik periode in de Gold studie en het einde van de Silver studie. Dit leverde een HbA1c daling van 8.34 naar 7.96% (verschil: 0.35 % (95%BI 0.19-0.50)) met CGM vergeleken met vingerprik metingen op. HbA1c concentratie aan het einde van de Silver studie was nagenoeg gelijk aan de laatste HbA1c meting in de CGM periode van de GOLD studie. Ook verbeterde de time in range van 43 naar 53% (verschil 8.6%, 95% BI 5.1-12.0) en was er een afname in tijd in hypoglykemie.

Met CGM verbeterde de kwaliteit van leven, behandelingstevredenheid en angst voor hypoglykemie en was er een afname van diabetes gerelateerde zorgen (gemeten met de WHO-5, DTSQ en PAID vragenlijsten). Al toont de Silver studie aan dat het toevoegen van CGM, ook op de (middel)lange termijn, een stabiele meerwaarde heeft voor mensen die met MDI worden behandeld. Alhoewel het HbA1c en de time in range in de Silver studie aanzienlijk slechter is – en blijft – dan we kennen uit studies bij mensen met CSII, geeft toevoegen van CGM aan MDI therapie zeker gezondheidswinst.

Plaats een reactie