Bewegen en diabetes. Eerste uitkomsten van de T1-DEXI studie

In rap tempo worden er algoritmen ontwikkeld, al dan niet met behulp van data vanuit andere wearables, die personen met diabetes kunnen helpen met het beter voorspellen van glucoseveranderingen tijdens en na inspanning. Tijdens de ATTD was er een sessie waarin de meest recente inzichten over bewegen en diabetes op een rij werd gezet.

Na een inleiding over het belang van voldoende inspanning bij diabetes (150 minuten per week voor volwassenen) en de vaststelling dat de meeste volwassenen dat niet halen, lichtte chair Michael Riddell toe dat voor mensen met diabetes het vooral de angst voor de hypo’s, die ontstaan tijdens of na inspanning, een barrière vormt.

De richtlijnen uit 2017 geven aan dat bij aerobe inspanning (joggen, fietsen) de bloedglucose gemiddeld daalt en bij anaerobe inspanning (gewichtheffen, boksen) deze gemiddeld stijgt. Maar er zijn grote interindividuele verschillen en de uitdaging is om deze verschillen voor elk individu in kaart te brengen.

Voor dit doel is er een project opgezet; T1-DEXI (Type 1 Diabetes EXercise Initiative: The Effect of Exercise on Glycemic Control in Type 1 Diabetes Study). In deze studie is bij 561 personen met T1DM gedurende 4 weken alles rondom inspanning gemeten: glucose met een Dexcom G6, hartslag als maat voor aerobe en anaerobe inspanning met behulp van een Polar horloge en geüploade foto’s van genuttigde maaltijden. Het onderzoek werd uitgevoerd tijdens de COVID-19 pandemie en alle personen deden hun dagelijkse oefeningen van 20-30 minuten thuis. De gegevens werden verzameld in een speciaal voor dit doel ontwikkelde app en zijn nu online beschikbaar voor nadere analyse, ook door derden.

De 561 personen met T1DM, 73 % vrouw, gemiddelde leeftijd 37 jaar, diabetesduur 18 jaar (reikwijdte 2-62 jaar) waren goed gereguleerd met een gemiddeld HbA1c van 6,6% (49 mmol/mol). 45% van hen gebruikte een closed loop systeem, 37 % een pomp zonder closed loop en 18% MDI. Ze waren echt niet allemaal sportfiguren: de helft gaf zelf aan minder dan 45 minuten sport per week te beoefenen. De deelnemers werden over 3 groepen verdeeld: aerobe oefeningen; interval training en weerstand trainen (= anaeroob). Ze kregen instructievideo’s met welke oefeningen ze thuis 3x per week moesten doen.

Gemiddeld genomen daalde gedurende de 30 minuten oefening (5 minuten warmin up, 20 minuten inspanning en 5 minuten cool-down) de bloedsuiker met respectievelijk -1,1 mM; -0,8 mM en -0,5 mM tijdens aeroob, interval en weerstand/anaeroob trainen, maar met grote interindividuele verschillen (van +2 mM tot -3,5 mM).

Factoren, die invloed hadden op de daling bleken te zijn:

  • Type inspanning (uiteraard, dit staat al in de richtlijnen)
  • Daling glucose voorafgaand aan de inspanning (sterkste daling voorafgaand gaf ook de sterkste daling tijdens inspanning)
  • Hoeveelheid insuline aanwezig bij begin inspanning (Insulin On Board – hoe meer, hoe meer daling)
  • Tijdstip van de dag waarop inspanning wordt verricht (in de ochtend minste daling)
  • Sexe (mannen iets meer daling dan vrouwen)
  • Leeftijd (jongeren iets meer daling dan ouderen)
  • Glucose bij aanvang inspanning (hoe hoger, hoe meer daling)
  • HbA1c (hoe hoger, hoe meer daling)
  • Tijd in doelbereik afgelopen 24 uur (hoe hoger, hoe minder daling)
  • Tijd onder doelbereik afgelopen 24 uur (hoe lager, hoe minder daling)
  • Basale hartslag (hoe lager, hoe meer daling)

In welke mate elke van bovengenoemde variabelen het beloop van de glucose tijdens inspanning beïnvloedt, wordt verder uit de doeken gedaan op de aankomende ADA.

Het uiteindelijke doel is de algoritmen in de closed loop systemen zodanig te kunnen aanpassen dat, aan de hand van de individuele data en metingen, betere voorspellingen gedaan kunnen worden over het bloedglucosebeloop tijdens en na inspanning. Dit zodat het risico op hypo’s verder afneemt en er voor elke persoon met diabetes een op hem of haar toegesneden advies mogelijk is om de insuline en koolhydraten te doseren rondom inspanning.

Als bijkomend voordeel in deze studie liet Riddell zien dat welke vorm van exercise er ook werd toegepast, in de 24 uur volgend op inspanning was de TIR hoger dan in de 24 uur volgend op een rustdag (ongeveer 80 vs 73 %).

Op de vraag of hij verschillen zag tussen closed loop gebruikers en MDI gebruikers antwoordde hij dat die op de ADA in juni 2022 gepresenteerd zullen worden, maar dat hijzelf een closed loop gebruiker is en op grond van de studie ervaringen serieus MDI  overweegt. Wordt vervolgd dus!

Klik hier voor het consensus statement over diabetes en sport

Wellicht vindt u dit ook interessant

Plaats een reactie

Meld u aan voor de maandelijkse nieuwsbrief

Wil je ook een bijdrage leveren aan Diabetesgeneeskunde?

Agenda